Oogaandoeningen

Oogaandoeningen:

Albinisme: door een aangeboren afwijking ontbreekt de lichaamskleurstof, het pigment. Daardoor hebben albino-mensen wit haar, kleurloze wenkbrauwen en wimpers en een lichtblauwe tot roodachtige iris. Er bestaan ook albino’s waar het albinisme uitsluitend tot hun ogen beperkt is. Dan wordt er gesproken over oculair albinisme. Mensen met albinisme zijn doorgaans zeer gevoelig voor licht. Dit kan variëren van hinder van lichtschitteringen tot het niet kunnen verdragen van licht. Albinisme gaat vaak gepaard met nystagmus.

Alblatio retinea: ook wel aangeduid met netvliesloslating. Bij deze aandoening laat het netvlies los van de achterwand van het oog. Dit leidt tot een onmiddellijke uitval van (een deel van) het gezichtsveld. Symptomen zijn troebelingen in het glasvocht die waargenomen worden als stipjes of vlekken, lichtflitsen, uitval van gezichtsveld en geleidelijke of snelle verdwijning van het zicht. Eerst bemerkt men dat aan de rand van het gezichtsveld, maar wanneer ook het centrum van het netvlies heeft losgelaten, verdwijnt ook het scherpe zien. (Gedeeltelijk) herstel is mogelijk met een operatie, voordat het netvlies verder beschadigd wordt.

Aniridie: Een oogafwijking waarbij de iris geheel of gedeeltelijk ontbreekt. Het is een ziektebeeld van de iris, het gekleurde vlies in het oog. De symptomen zijn lichtgevoeligheid en een slechte visus. Deze slechte visus wordt veroorzaakt door een niet goed ontwikkelde of niet aanwezig zijnde macula.

Cataract: deze ziekte, ook wel (grauwe) staar genoemd, houdt in dat de ooglens vertroebeld is. De lens ligt achter de pupil en laat het licht op zo’n manier door, dat men een scherp beeld heeft van de wereld rondom. Blijft de lens helder, dan blijft ook het beeld helder. Bij staar kan de lens geheel of gedeeltelijk vertroebeld zijn. Staar kan aangeboren zijn maar het kan ook ontstaan na een ongeluk, infectie of als ouderdomsverschijnsel. Een cataract kan zich uitbreiden, zodat de troebeling ernstiger wordt.

Cornea-afwijkingen: De cornea of het hoornvlies is het glasheldere voorste deel van het oog, waardoor het licht het oog binnen komt. Er bestaat een breed scala aan cornea-afwijkingen. Littekens op het hoornvlies, onregelmatig gevormd hoornvlies of troebelingen kunnen de oorzaak van een oogafwijking. Het buitenste deel van de cornea is bedekt met een laagje ‘huid’, dat wordt het epitheel genoemd. Op dit epitheel kan erosie optreden, bijvoorbeeld door het dragen van contactlenzen, aanraking door nagels of takken en bladeren.

Diabetische Retinopathie: de benaming voor oogklachten die veroorzaakt worden door (slecht behandelde) suikerziekte. De functie van het netvlies is verstoord in kleine eilandjes. In een gevorderd stadium groeien die eilandjes tot één groot oppervlak samen.

Glaucoom: door een verstoring in de afvoer van het kamerwater in het oog komt er een verhoogde oogdruk. Deze verhoogde oogdruk leidt tot onherstelbare beschadigingen van de oogzenuwen. Wanneer de oogdruk langere tijd aanhoudt, sterven de oogzenuwvezels geleidelijk af. Daardoor verdwijnen delen van het perifere gezichtsveld, terwijl het centrale zien bij eenvoudige glaucoom lange tijd blijft behouden.

Keratoconus: deze oogaandoening is een ongewone toestand waarbij de cornea (het hoornvlies) langzaam dunner wordt en uitpuilt. Keratoconus betekent letterlijk ‘kegelvormige cornea’, omdat de cornea een kegelvormige vervorming ondergaat. De abnormale vorm van de cornea kan een ernstige verslechtering in visus met zich meebrengen.

Macula Degeneratie: Normaal gesproken zorgt het centrale deel van het netvlies voor het waarnemen van kleine details. Dat wordt mogelijk gemaakt doordat in het centrum van het netvlies de grootste concentraties aan contrastcellen en kegeltjes aanwezig zijn. Bij de visuele stoornis van macula degeneratie is het netvlies bij het zichtcentrum, de macula, verstoord. De gezichtsscherpte neemt af doordat kegeltjes afsterven in de macula lutea of gele vlek, het centrale deel van het netvlies. Men kan daardoor alleen het perifere deel van het netvlies gebruiken, waardoor een verminderd zicht optreedt. Het scherpe zien verdwijnt en er blijft midden in het beeld een vlek achter. Het perifere gezichtsveld blijft bestaan; patiënten komen dus niet tot een situatie van volledig blind zijn.

 

Myopie: deze afwijking, ook wel bijziendheid genoemd, is vaak erfelijk en meestal aangeboren. De persoon met myopie kan voorwerpen ver weg niet scherp zien, maar wel dichtbij gelegen voorwerpen. Het zien in het donker geeft vaak problemen. Er bestaat een vorm van myopie, de zgn. progressieve myopie, waarvan men in een ongunstig geval blind kan worden.

Nystagmus: Hieronder wordt verstaan een onwillekeurige schudbeweging van de oogbol, die meestal bestaat uit een langzame beweging naar één zijde en een zeer snelle beweging naar de omgekeerde zijde. Een nystagmus kan neusgericht (horizontaal) of verticaal optreden. Daarnaast bestaat er een ronddraaiende nystagmus. De oogbewegingen worden geregeld door spieren en bij nystagmus is er sprake van een slechte coördinatie of organisatie van deze spierbewegingen.

 

Oogmelanoom: dit is een vorm van huidkanker die in het oog ontstaat. Dit wordt ook wel uveamelanoom genoemd. Het is een zeldzame aandoening en wordt meestal ontdekt doordat de patient een vermindering van het zicht krijgt, bijvoorbeeld lichtflitsen, vaag zien of vervorming/verkleining van het beeld. De meeste melanomen in het oog komen voor bij mensen tussen de 50 en 70 jaar.

Retinopathia Pigmentosa: Retinitis pigmentosa is eigenlijk niet één oogziekte maar een verzamelnaam voor een groep oogziekten die gekenmerkt wordt door slecht zien in het donker (nachtblindheid) en zeer geleidelijke beperking van het gezichtsveld, die uiteindelijk leidt tot kokerzien of tunnelvisus. Door het afsterven van de staafjes in het netvlies vernauwt het gezichtsveld zich in toenemende mate tot een tunnelvormig gezichtsveld. Deze ziekte kan uiteindelijk tot blindheid leiden. Bij prematuren retinopathie (één van de vormen van retinis) treedt een verstoring op van de uitgroei van normale bloedvaten. Dit kan ontstaan in het netvlies van te vroeg geboren kinderen. De ernst en het beloop van retinis kunnen heel erg wisselen: soms zijn de symptomen al op kinderleeftijd duidelijk, soms wordt de ziekte pas op middelbare leeftijd vastgesteld.